Tip #3 Tien tips voor een goede blog

Tip #3: 10 tips voor een goede blog

Je wilt beginnen met bloggen? Voor je hobby of bedrijf? Goed bezig! Content is king zeggen ze. En Google vindt eigen en betrouwbare content ook steeds belangrijker. Dus bloggen om beter gevonden te worden raad ik zeer zeker aan. Maar waar moet je beginnen? Zijn er regels waar jij je aan moet houden? Hier volgen tien tips voor een goede blog. Als je die in je achterhoofd meeneemt, dan zit je technisch in ieder geval goed. Je verhaal doet uiteindelijk de rest.

10 tips voor een goede blog

De vijf eerste tips

  1. “Maak het kort”. De gevleugelde uitspraak van Johan van Oldenbarnevelt op 13 mei 1619. Geen copywriter, maar raadspensionaris. Toch had hij gelijk. Ook al riep hij het in een andere context. Gebruik korte zinnen in je blog. Niemand heeft zin om zinnen van 20 woorden of meer te lezen. Probeer het zo rond de acht woorden te houden. Dan is de tekst beter leesbaar.
  2. Schrijf actief. Dus gebruik zo min mogelijk passieve zinnen. Soms ontkom je er niet aan. Daarom vind ik deze zelf ook lastig. Maar als je je tekst terug leest nadat je hem geschreven hebt dan vind je vaak nog wel verbeteringen. Dat merk ik tenminste.
  3. Deze heeft ook te maken met nakijken van je tekst. Maak geen spelfouten! Wanneer schrijf je bijvoorbeeld een werkwoord met een ‘d’ of met een ‘dt’. Daar worden nog best veel fouten in gemaakt.
  4. Maak gebruik van alinea’s. Ook dat maakt een tekst meer overzichtelijk.
  5. Gebruik tussenkopjes. Als je een nieuwe alinea start, kun je tussendoor mooi werken met ‘h2’ tussenkoppen. Een goede plek om je zoekwoord weer eens te vermelden.

Nog eens vijf tips voor je blog

  1. Maak lijstjes. Of gebruik bullets. Zoals je ook in deze blog kunt zien. Het maakt een tekst overzichtelijker. En beter leesbaar.
  2. Gebruik voegwoorden tussen de zinnen. Omdat dit het doorlezen stimuleert. En het is natuurlijk de bedoeling dat men je hele tekst leest. Tenminste, dat hoop je.
  3. Verzin een pakkende titel. In de titel moet eigenlijk al meteen duidelijk worden waarom men juist jouw blog moet lezen. Anders begint men er misschien niet eens aan.
  4. We komen nu bij de belangrijkste tip. Maar ook meteen de grootste open deur. Maak waardevolle content. Vraag je altijd af: Wat heeft de lezer hier aan? Waarom zou hij dit überhaupt moeten lezen? Je verhaal moet wel de moeite waard zijn. Nieuwswaarde hebben. Iets toevoegen.
  5. Gebruik afbeeldingen en/of video’s. Dat hoeft natuurlijk niet altijd per se. Maar het maakt je pagina vol met tekst wel iets minder saai.

Eerste hulp bij bloggen

Voorlopig heb je op deze manier genoeg handvatten om te beginnen met bloggen. Lukt het je niet om een leuk verhaal in elkaar te draaien? Of heb je geen zin om hier tijd aan te besteden, maar vind je het wel belangrijk? Dan kun je uiteraard altijd mijn hulp inroepen. Of wil je dat ik je teksten redigeer? Ook daar kan ik je bij helpen.

 

 

Tip #2 d of dt

Tip #2: d of dt?

D of dt? Dat is de vraag. Je ziet het vaak fout gaan in Facebookberichten. Of bijvoorbeeld op Twitter. Bijvoorbeeld met werkwoorden als vinden of worden. Bij de ‘derde persoon enkelvoud’ lukt het vaak nog wel. Stam plus t, zoals we het op de basisschool geleerd hebben. Maar bij de ’tweede persoon enkelvoud’ wordt het al lastiger. Wanneer doen we nu alleen een d of juist dt? Zonder uitvoerig op de regels in te gaan hierbij een ezelsbruggetje.

d of dt?

Een eenvoudig ezelsbruggetje

Hoe weet je nu exact of je ‘vinden’ met een d of dt schrijft? Heel eenvoudig. En misschien gebruik je deze tip al. Je vervangt ‘vinden’ tijdelijk voor een ander werkwoord. Zelf gebruik ik vaak het werkwoord ‘lopen’. Al krijg je daar soms wel heel rare zinnen van. Je kunt bijvoorbeeld ook het woord ‘denken’ gebruiken.

‘Wat denk je van mij?’ wordt dan ‘Wat vind je van mij?’
‘Je loopt op een pad’ wordt dan ‘Je vindt een pad’

‘Wat denkt u van mij?’wordt dan ‘Wat vindt u van mij?’
‘U loopt op een pad’wordt dan ‘U vindt een pad’

Formeel of informeel

Zoals je dus kunt zien is er nog een verschil tussen formeel (u) en informeel (je). Formeel schijnt zich te gedragen als de ‘derde persoon enkelvoud’. Dus daar kun je het al bijna niet fout doen. En als je maar vaak genoeg dit ezelsbruggetje gebruikt gaat het bij de ’tweede persoon enkelvoud’ ook niet meer fout.

Let op: ‘Je’ kan ook een bezittelijk voornaamwoord zijn. Gebruik dus als je twijfelt ‘jij’. Of probeer er een zelfstandig naamwoord zoals ‘moeder’, ‘vader’, of ‘fiets’achter te plaatsen.

Wil je meer tips lezen? Dan vind je ze hier. En wil je hulp bij een schrijfopdracht? Of wil je graag advies over online marketing? Neem dan gerust contact met me op. Ik help je graag.